Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
moeten werken, om eene soortgelijke vaart van 3 000 ellen lengte
gereed te krijgen, zoo zij wekelijks SV^ dag, en dagelijks
12 uren werkzaam zijn?
203. Iemand heeft voor den tijd van 12 maanden 2 kapitalen
op intrest uitgezet, het eene tegen 3%, en 't andere, dat
500 gulden grooter was, tegen 3 percent in 'tjaar. Indien deze
kapitalen evenveel intrest opgebragt hebben, hoe groot was dan
ieder kapitaal?
204. Zeker kapitaal bedroeg met den intrest in 5 maanden
7335 gulden, en in % jaar juist 2961 rijksdaalders. Hoe groot
was dit kapitaal, en tegen hoe veel percent in 'tjaar stond
het uit?
205. In een stad is eene bezetting van 1500 man voor 9
maanden van levensmiddelen voorzien. Indien er over 2 maan-
den nog 250 man bijkomt, hoe veel maanden kan de voorraad
dan nog strekken ?
206. Een winkelier kocht 1500 pond kaas, tegen 9 rijksdaal-
ders het schippond. "Vier weken na den inkoop verkocht hij de
partij tegen 3% stuiver het pond, en won toen juist 18 percent.
Hoe veel pond was de partij sedert den tijd van inkoop in-
gedroogd?
207. Iemand heeft, voor den tijd van 8 maanden, twee even
groote kapitalen op intrest uitgezet, het eene tegen 4 V4 . en
't andere tegen 4% percent in 'tjaar. Hoe groot was ieder
kapitaal, als zij, bij 't einde van den genoemden tijd, met de
intresten te zamen juist 6695 gulden bedroegen?
208. Een winkelier verkocht een stuk linnen, dat 48 el lang
was, tegen 12% stuiver de el, en bevond, dat hij bij eene ont-
vangst van 6 gulden zoo veel winst had als 2 V^ el hem kostte.
Hoe veel percent won hij?
209. Eene partij kaas, groot 4970 pond, moet onder 4 win-
keliers, die wij A, B, C en D zullen noemen, op de volgende
wijze verdeeld worden: A moet twee pond hebben tegen B 7 V^