Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
kocht heeft, hoe veel percent heeft hij er dan op gewonnen?
189. Iemand heeft voor zekeren tijd 3675 gulden op intrest
uitgezet, en aan kapitaal en rente 1519 rijksdaalders terug ont-
vangen. Tegen hoe veel percent in 't jaar stond dit kapitaal uit,
dat 159 gulden en 25 cents intrest zou opgebragt hebben , in-
dien 't 2V3maand langer uitgestaan hadde?
190. Een slager kocht van een' boer eenige lammeren, tegen
3 gulden en 15 stuivers het stuk, en betaalde er 66 gulden
meer voor dan 't getal lammeren was. Hoe veel lammeren kocht
de slager?
191. Van eene meetkundige evenredigheid is de eerste term
3%, de tweede 15, en de som van den derden en vierden
term gelijk aan den grootsten gemeenen deeler van 189, 441
en 819. Men vraagt naar 'tkleinste gemeene veelvoud van de
termen dezer evenredigheid.
192. Een winkelier kocht eene partij kaas, tegen 12'/j cent
het pond, en betaalde er 92 gulden voor, en nog zóó veel cen-
ten als hij ponden kocht. Uit hoe veel pond bestond de partij?
193. A heeft 125, en B 190 gulden. A verdient in 4
dagen 5, en B in 5 dagen 4 gulden. Indien A alle 3 dagen
2y^, en B dagelijks gulden uitgeeft, wanneer zullen zij
dan even veel bezitten?
194. Koopman Hazelnoot verkocht van een stuk laken, dat
hem per el 6,25 gulden kostte, de helft tegen 6%, het vijf-
de deel tegen 6'/^, en de rest tegen 7 gulden deel, waardoor
hij juist 20/2 gulden op 'tstuk won. Hoe lang was het stuk?
195. Van zekere breuk zijn de teller en noemer te zamen
gelijk aan'tkleinste gemeene veelvoud van 53'/3, 32
en 17%. Indien de teller 9 minder — en de noemer9
meer ware, dan kon de breuk door y, voorgesteld worden.
Welke breuk wordt hier bedoeld ?
196. Een timmerman neemt het bouwen van een huis aan,
waartoe 15 knechten 12 weken noodig hebben. Indien hij eerst