Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
te zamen 1950 gulden verdiend, waarvan 2 mannen even veel
ontvangen hebben als 5 jongens. Indien het dagloon van eiken
man 1, en dat van eiken jongen y^ gulden was, hoe veel
dagen hebben de mannen en jongens ieder in 't bijzonder dan
gewerkt?
148. Van zekere opklimmende rekenk. reeks is de eerste term
3%, 't getal termen 225, en de som der termen 32 343%.
Hoe veel verschillen de eerste en laatste term dezer reeks?
149. Als men bij zeker getal 25 optelt, de som met 16 ver-
menigvuldigt, van 't product 400 aftrekt, en de rest door 48
deelt, dan bekomt men tot quotient het kleinste gemeene veel-
voud van 10, 12% en 16%. Bereken nu eens, welk getal hier
bedoeld wordt ?
150. A en B hebben gedurende 9 maanden gemeenschappelijk
handel gedreven, en tot dat einde 4000 gulden bijeen gebragt,
waarmede zij 300 gulden gewon neu hebben. Hoe groot was
ieders inleg en winst, als A 2312 gulden en 50 cents min-
der gewonnen dan ingelegd heeft?
151. Eene som van 5000 guide n moet onder A, B, C en D
zóó verdeeld worden, dat B 1 % maal zoo veel bekomt als A,
en nog 150 gulden; C 2y2 maal zoo veel als B, en nog 300
gulden, en D 1% maal zoo veel als C, min 100 gulden.
Hoe veel gulden moet ieder in't bijzonder hebben?
152. Een rentenier gaf op den zelfden dag aan A en B te
zamen 4000 gulden op intrest, doch aan B 2 maal zoo veel als
aan A, en nog 400 gulden bovendien. A, die het geld tegen
6'% percent in 't jaar bekwam, betaalde aan kapitaal en rente
te zamen 1250 gulden terug. Hoe veel rijksdaalders moest B
voor kapitaal en intrest terug betalen, zoo hij het geld tegen 6
percent in 't jaar opgenomen, doch maand vóór A afselost
heeft?
153. Twee landbouwers, Dijkema en de Groot, verruilden
aardappelen en boonen tegen elkander. Dijkema stelde zijne