Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ill
7week verdienen, zoo zij wekelijks ook 6 dagen, doch da-
gelijks slechts 12 uren werkzaam zijn ?
139. Zeker werk kan door A in 6, door B in 7 door C
in 10, en door D in 8 dagen verrigt worden. Als zij dit werk
gemeenschappelijk verrigten, en er 12 gulden en 60 cents aan
verdienen, hoe veel komt dan ieder, naar evenredigheid van
arbeid, van de verdiende som toe?
110 Welk is het kleinste getal, dat, door 5; 9 of 16 ge-
deeld, niets, doch, door 140 gedeeld, 100 in de deeling over-
laat?
141. Een winkelier kocht eene partij rijst, tegen 9 rijksdaal
ders de 100 pond. Het % deel er van verkocht hij tegen 24
— en de rest tegen 28 cents het pond, waardoor hij op de
geheele partij juist 72 gulden won. Men vraagt naar de
zwaarte van de partij.
142. Van eene opklimmende rekenk: reeks is de eerste term
12'/^; 'tgetal termen 100, en de som der termen 63125. Hoe
groot is 't verschil van eiken voorgaanden en volgenden term ?
143. Eene som van 7500 gulden moet onder 15 mannen
en S vrouwen zóó verdeeld worden, dat de vrouwen ieder 75
gulden meer bekomen dan elk der mannen. Hoe veel gulden
moeten 4 vrouwen en 5 mannen te zamen hebben?
144. A. B, C en D hebben een werk aangenomen, dat A in
15, B in 16, C in 18, en D in 20 dagen gereed kan ma-
ken. Als zij dit werk gezamentlijk verrigten, en er 16 gulden
en 90 cents aan verdienen, hoe veel komt dan ieder toe ?
145. VfD eene afdalende rekenk. reeks is de laatste term
1de gemeene reden 6 y^, en 't getal termen 1001. Hoe groot
is de som van de termen dezer reeks?
146. A, B en C hebben 1200 gulden zóódanig te deelen,
dat B 2maal zoo veel bekomt als A, en C 300 gulden meer
dan B. Hoe veel gulden mpet ieder hebben ?
147. Zestien mannen en 25 jongens hebben aan zeker werk