Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
den tijd in den handel gezet hebben, en hunne winst juist 7 '/j
percent bedroeg, hoe veel gulden heeft dan ieder ingelegd, als
B 600 gulden meer van de winst ontvangen heeft dan A?
94. Er zijn 2 getallen, wier som 160 is; telt men 12 bij 't
kleinste en 20 bij 't grootste, dan staan zij tot elkander in re-
den als 1 tot 3. Welke zijn die getallen?
95. Wanneer men teller en noemer van zekere breuk te za-
men telt, dan bekomt men tot som 333; vermindert men ieder
in 't bijzonder met 4, dan is de breuk gelijk aan ®/j. Welke
breuk wordt hier bedoeld?
96. Van zekere breuk, die onder kleinere benaming kan ge-
bragt worden, staan teller en noemer tot elkander als 5 tot 8.
Indien men bij den teller dezer breuk 21 optelt, dan is de
breuk gelijk aan Welke breuk wordt hier bedoeld?
97. Er is eene breuk, waarvan de noemer tot den teller
staat als 16 tot 5. Vermindert men den noemer met 30,
dan staat de teller tot den noemer als 1 tot 3. Welke
breuk wordt hier bedoeld?
98. Iemand heeft in een' geldzak eene waarde van 400
gulden, bestaande uit guldens en r ij k s d a a 1 d e r s, en wel
te zamen juist 220 stuks. Hoe veel guldens en rijksdaalders
zijn er afzonderlijk?
99. Vier personen, A, B, C en D, hebben eene weide ge-
huurd voor 552 gulden. A heeft er 12'/^ week lang 6 koeijen
in laten loopen, B gedurende 10 weken 8 koeijen, C 12 koeijen
gedurende 7 54 week, en D 10 weken lang 10 koeijen. Hoe veel
gulden moest ieder in 't bijzonder tot de huur betalen?
100. Van zekere breuk is 't verschil tusschen den teller
en noemer gelijk aan 't kleinste gemeene veelvoud van 9 %,
15% en 25'/j, terwijl hunne som 274 is. Als men den tel-
ler met 26 vermeerdert, met welk getal moet men dan den
noemer verminderen, om eene breuk te bekomen, die ge-
lijk is aan % ?
VEENSTRA, DENKOEF. 8