Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
gen 2 cent van eiken gulden in de maand, en betaalde eerst
weder na verloop van 1'% jaar. De intrest bedroeg toen, op
125 gulden na, half zóó veel, als 't geleende kapitaal groot
was. Hoe veel gulden moest de veehandelaar aan kapitaal en
rente te zamen terug betalen? En hoe veel gulden zuiver voor-
deel had hij van dien handel, als hij zóó veel percent in 't jaar
gewonnen heeft als 'tkleinste gemeene veelvoud van 1%, 3'/^
en 4% is?
88. Eene som van 1875 gulden moet onder A, B en G zóó
verdeeld worden, dat A 125 gulden minder, en C 125
gulden meer ontvangt dan B. Hoe veel gulden komt ieder af-
zonderlijk toe?
89. Van zekere som, die onder A, B en C verdeeld is, heb-
ben A en B te zamen 125 gulden minder ontvangen dan
de helft, terwijl A 500 gulden meer ontvangen heeft dan B.
Hoe veel gulden heeft ieder in 't bijzonder ontvangen, als A 5
tegen B 3 ontvangen heeft?
90. Hoe veel gulden moet men, tegen percent in 't
jaar, voor den tijd van 5 maanden uitzetten, om er even veel
intrest van te kunnen ontvangen , als 7500 gulden, tegen 5
percent in 't jaar, in 8 maanden opbrengt ?
91. Een winkelier heeft rijst van 18 en 25 cents het pond,
waaruit hij door menging 350 pond wil zamen stellen van 4
stuivers het pond. Hoe veel pond moet hij van iedere soort tot
de menging gebruiken, om zijn oogmerk te bereiken ?
92. A heeft van 7500 gulden in 8 maanden even veel in-
trest ontvangen als B van 8400 gulden in 9 maanden. Tegen
hoe veel percent in 'tjaar stond het kapitaal van A uit, zoo dat
van B tegen 5 percent in 't jaar uitstond ?
93. A, B en C hebben gezamentlijk handel gedreven en
tot dat einde eenig geld bijeen gelegd. Van de winst heeft A
ontvangen het zesde deel en 300 gulden, B de helft min 300
gulden, en C de rest. Indien zij allen hun geld voor den zelf-