Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
en tweede term tot elkander in beti-ekking staan als 5 tot 1.
Welke is deze evenredigheid, ais de som der termen 330 is?
55. Van zekere meetkundige evenredigheid staat de eerste
term tot den derden als 2 tot 7, en 't verschil tusschen
den tweeden en vierden terra is gelijk aan den groot-
sten gemeen e n deeler van 490, 1050 en 3800. Welke
zijn de termen dezer evenredigheid, als 't quotient der ui-
terste termen sy^ is?
56. Er zijn 4 getallen, waarvan 't eerste tot het tweede
staat als 4 tot 5, en het vierde tot het derde als 3 tot 2 ,
terwijl het derde tot het eerste in reden staat als 16 tot 7.
Welke zijn deze getallen, zoo 't verschil tusschen 't grootste
en kleinste getal gelijk is aau 't kleinste gemeene veel-
voud van 8%, 133/5 eu 22y3?
57. Van eene meetkundige evenredigheid staat de tweede
term tot den eersten als 25 tot 8, terwijl 't verschil tusschen
den derden en vierden term 106% is. Indien de som van den
tweeden en derden term gelijk is aan 't kleinste gemeene veel-
voud van 10yj2, 15% en 41%3, welke zijn dan de termen de-
zer evenredigheid?
58. Een graanhandelaar verkocht van eene partij rogge het
%. deel tegen 6% gulden de mud, en de rest tegen 5 gulden
en 15 stuivers de mud. Indien hij op'teerst verkochte gedeelte
36 rijksdaalders gewonnen, en op de rest 60 gulden ver-
loren heeft, uit hoe veel last bestond dan de partij?
59. A en B hebben linnen en katoen aan elkander ver-
ruild. A stelde de el linnen, die hem 50 cents kostte, in ruiling
op 12/2 stuiver, en B de el katoen, die hem 24 cents kostte,
2/2 cent boven evenredige ruiling. Hoe veel el linnen ont-
ving B voor 100 el katoen?
60. Een winkelier verkocht van eene partij thee de eene helft
tegen 2% gulden, en de andere tegen 2 gulden eu 25 cents
het pond, en won toen op de eene helft 113%^ gulden, terwijl