Boekgegevens
Titel: Keur van nuttige en aangename verhalen voor de jeugd
Auteur: Vegt, W.J. van der
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1849
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8847
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202147
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Keur van nuttige en aangename verhalen voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 101 —
o, Hoe dikwerf, lieve Kootje!
Knielden wij te zamen neêr;
Baden we onzen lieven Heer,
Dat Hij onze jeugd mogt leiden,
En ons menig volgend jaar
Sparen wilde voor elkaar.
Neen, ik kan het niet vergeten,
Daar uw bijzijn mij zoo waard,
En zoo dierbaar was op aard!
Neen, ik kan het niet vergeten,
Dat de bleeke, stugge dood.
Reeds zoo vroeg uwe oogjes sloot.
Als van 't neèrgestormde roosje,
Nam de bloei uws levens af;
Zwijgend rust gij nu in 't graf.
En geen zuchtjes en geen traantjes,
Schoon zoo hartlijk en zoo teer,
Geven ons uw byzijn weer !
Dikwerf zal ik bloem en lover,
Zamelen op 't eenzaam veld:
'k Zal ze, naar uw graf gesneld,
Snikkend om uw lijkbus vlechten.
Als een blijk van liefde en trouw,
En van diepgevoelden rouw.
En dit klein maar hart'lijk versje,
Hecht ik voorts met eigen hand
Aan des grafsteens bovenrand:
Kootje, 't beste, liefste Meisje,
Mij zoo innig dier en waard,
Rust hier in den schoot der aarct.