Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
evenredigheid , als de derde term meer is dan 't
drievoud van den eersten ?
4. Cr. en H. hebben te zamen 420 gulden , en zoo H. 60
gulden aan 6. geeft, dan staat het geld van dezen
tot de rest van H. als 3 tot 4. Hoe veel gulden heeft
ieder ?
5. 't Geld van D. staat tot dat van E. als 5 tot 3 — en
wanneer E. 25 gulden van D. ontvangt , dan heeft
deze nog juist IJ maal zóóveel over als E. dan bezit.
Hoe veel gulden heeft ieder?
6. Iemand kocht eene partij tabak voor 2500 gulden op
5 maanden crediet. Drie maanden na den inkoop ver-
kocht hij de partij op 8 maanden crediet tegen zulk
een prijs , dat zijne winst juist 12| percent in 'tjaar
beliep. Voor hoe veel gulden heeft hij de partij alzoo
verkocht ?
7. Iemand kocht eene partij thee voor 3000 gulden. Hij
verkocht ze terstond, te betalen een | contant, ^ over
1-, over 2- en de rest over 3 maanden. Voor hoe
veel gulden heeft hij de partij thee verkocht, als zijne
winst juist 30<'/„ in 'tjaar beliep?
8. Zekere som gelds moet onder A, B en C zóó verdeeld
worden, dat A en B te zamen 1000 gulden meer be-
komen dan C ; — B en C te zamen 1500 gulden meer
dan A , terwijl A en C te zamen 500 gulden meer
moeten hebben dan B. Hoe veel gulden komt ieder al-
zoo toe?
9. A en B handelden in compagnie met 4125 gulden. A
liet zijn geld 6- en B het zijne 4 maanden in den
handel. Hoe veel gulden heeft B meer ingelegd dan
A, zoo deze 5 gulden van de winst toekwam tegen B 4 ?
10. Van zekere breuk staat de teller tot den noemer als 12
tot 25. Wanneer men bij den teller 9 optelt, dan be-