Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
de andere suiker. Indien de eene 5 maal zoo veel
hectogrammen suiker gekocht heeft als de andere kilo-
grammen kofEe, hoe veel kilogram van de genoemde
winkelwaren hebben zij dan te zamen gekocht, en b)
voor hoeveel gulden ieder, als kilogram koffie .3
gulden en 12 j cent — en kilogram suiker 15 stui-
ver kostte ?
6. Koopman P. kocht 150 meter laken op 5 maanden cre-
diet. Na 2|- maand verkocht hij 't laken, op 7 J maand
crediet, voor 843 gulden en 75 cents , waardoor hij
rekenen kon 30 percent in 't jaar te winnen. Bereken
nu , tegen welken prijs hij de meter laken gekocht heeft.
7. Een leerling, die zeker getal met 375 moest vermenig-
vuldigen , schreef door onkunde de gedeeltelijke pro-
ducten , even als bij 't optellen van getallen, recht
onder elkander, waardoor zijn product 5G25000 van
't ware verschilde, a) Welk product zou hij verkregen
hebben, indien hij goed vermenigvuldigd hadde, en
b) hoe menigmaal was de vermenigvuldiger in 't be-
doelde vermenigvuldigtal begrepen?
8. Iemand nam 2 kapitalen op interest, namelijk 4500
gulden, tegen 5 percent in 't jaar en de andere som,
voor den tijd van 7 j maand, tegen 4 J percent in 't
jaar. Hoe lang heeft het genoemde kapitaal op rente
uitgestaan en hoe groot was 't tweede kapitaal, als
de rente van beide sommen te zamen 386 gulden en
25 cents — en 't eerste kapitaal met de opgebrachte
rente daarvan juist 4650 gulden 'bedroeg ?
9. Een koopman, die voor den tijd van 2 jaar eenig geld
behoefde, leende van B 2J maal zoo veel als van A,
en van C IJ maal zoo veel als van B. Hoe veel gul-
den heeft hij van ieder ter leen genomen , als hij , bij
't einde van 't tweede jaar, 743 gulden en 12{ cent