Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
APDEELING XXVIII.
1. Hoe groot is de som, die in 9 maanden, tegen 5 per-
cent in 't jaar, 468 gulden en 75 cents interest op-
brengt?
2. Met hoe veel zesde deelen moet het | gedeelte van
16 X 3| vermenigvuldigd worden, om 140| tot product
te bekomen?
3. Van zekere breuk staan teller en noemer tot elkander
als 3 tot 8 , terwijl hun verschil = is aan 't f ge-
deelte van 561. Welke is de bedoelde breuk?
4. Wanneer men vermenigvuldigt met ^ , uit hoe veel
'ï "ï
twaalfde deelen bestaat dan 't product?
5. Van zekere meetkunstige evenredigheid staat de eerste
term tot den tweeden als 5 tot 8 , terwijl de derde
term het drievoud van den eersten is. Welke is de be-
doelde evenredigheid, zoo de som harer termen = is
aan den grootsten gemeenen deeler van 390, 650 en
1040?
6. Met hoe veel vierde deelen moet 18^ vermenigvuldigd
worden, om 't | gedeelte van 1561 te bekomen?
7. Wanneer men zeker getal door 6^ deelt en 't quotiënt
met 31 vermenigvuldigt, dan bekomt men 't kleinste
gemeene veelvoud van 12}, 15 en 18f. Welk getal
wordt hier bedoeld?
8. Een schooljongen deelde zeker getal door den grootsten
gemeenen deeler van ll},18|en30, en vermenig-
vuldigde 't quotiënt met het | gedeelte van 7}, waar-
door hij 375 tot product bekwam. Men vraagt naar
't bedoelde deeltal.
9. Wanneer Willem van zijne centen het vijfde gedeelte