Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
APDEELING XXVIII.
1. B heeft 75 gulden meer dan C, en A 150 gulden meer
dan B. Hoe veel gulden heeft ieder, zoo A 5 gulden
heeft tegen 0 2?
2. Wanneer men van zeker kapitaal het gedeelte en 75
gulden uitgeeft , dan houdt men nog juist het vierde
gedeelte en 25 gulden over. Tegen hoe veel percent
in 't jaar moet de bedoelde som op rente uitgezet wor-
den, om in 5 maanden gulden interest op te brengen?
3. Toen iemand zeker getal met Gjf- vermenigvuldigd had,
deelde hij 't product door en bekwam toen 46
Uit hoe veel derde deelen bestond het bedoelde getal?
4. Een schooljongen deelde zeker getal door 5| en verme-
nigvuldigde het quotiënt met 22^ , waardoor hg 't l
gedeelte van 156{- bekwam. Welk was 't bedoelde
deeltal ?
6. Van zekere breuk, die verkleind kan worden , zijn tel-
ler en noemer te zamen 63. Wanneer men den noemer
met 5 vermindert en bij den teller 7 optelt, dan is de
waarde der breuk Welke breuk wordt hier bedoeld ?
6. A en B hebben ieder evenveel geld in den handel gelegd,
doch A voor 5 — en B voor 8 maanden. Indien B
voor kapitaal en winst 1800 gulden terug ontvangen
heeft, hoe veel gulden heeft dan ieder in den handel
gelegd , zoo de geheele winst juist 325 gulden was ?
7. Drie zusters kochten te zamen eene rol linnen tegen 21
gulden de 3 meter. De eerste ontving daai-van het vierde
gedeelte en 6^ meter, de tweede het vijfde gedeelte en
5 meter, terwijl de derde het overige ontving. Voor hoe
veel gulden kocht ieder, zoo de derde 10 meter meer
ontvangen heeft dan de tweede?