Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
ontvingen A en B te zamen 625 gulden, B en C t»
zamen 525 gulden en A en C te zamen 400 gulden.
Hoe veel gulden heeft ieder tot dien handel bijgedragen
als zij 6| percent gewonnen hebben ?
4. Een graanhandelaar kocht eene partij rogge tegen 56{-
gulden de 7^ hectoliter. Nadat hij er 150 hectoliter van
verkocht had tegen 8 gulden de hectoliter, verkocht hg
de rest tegen 232^ gulden de 30 hectoliter, waardoor
zijne winst op de partij juist 50 rijksdaalders en 25 kwart-
guldens bedroeg. Uit hoe veel hectoliter bestond die partij 1
5. Een winkelier heeft 250 kilogram rijst van 25 cents de
kilogram. Hoe veel rijst van 18 cents de kilogram moet
hij daar onder mengen , om eene soort te bekomen ,
die per kilogram 4 stuiver kost?
6. Van zekere breuk zijn teller en noemer te zamen 100.
Wanneer men den noemer met 7 vermeerdert en den
teller met 17 vermindert, dan is de breuk Welke
is die breuk ?
90
7. Wanneer men 40 X 3{ deelt door — , welk quotiënt
bekomt men dan?
8. Iemand vermenigvuldigde zeker getal met 22 Jen deelde
het product door den grootsten gemeenen deeler van
18 , 30 en 48 , waardoor 't quotiënt 140| werd. Hoe
veel is 't viervoud van 't bedoelde getal?
9. Onder 4 jongens moet 3f gulden zóó verdeeld worden,
dat elke volgende de helft bekomt van Aq voorgaande.
Hoe veel komt ieder alzoo toe ?
' 10. Van zekere rekenkunstige reeks, die uit 5 termen be-
staat , is de reden 5 en de som der termen = aan
't kleinste gemeene veelvoud van 12.J , 16| en 20. Welke
is de bedoelde reeks, zoo de laatste tevm het drievoud
van den eersten is?