Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
boekweit, ontving een landbouwer voor 40 hectoliter
haver , 20 hectoliter boekweit en 25 hectoliter rogge te
zamen juist 475 gulden. Hoe veel gulden kostte 12
hectoliter boekweit meer dan 6 hectoliter en 2} deca-
liter rogge?
9. Jan verdient in 5 dagen 2} gulden meer dan Hendrik
in 4 dagen, terwijl deze in 6 dagen 3 gulden meer
verdient dan Willem in 3^ dag. Hoe veel gulden ver-
dienen zij te zamen in 15 dagen , als Jan in 7} dag
llJ. gulden verdient?
10. De eerste term van zekere meetkunstige evenredigheid
is 22}. Wanneer men dien met 15 vermeerdert, met
welk getal moet men dan den laatsten term , die 20
is , verminderen , opdat het product van den tweeden
en derden term gelgk blijve aan dat van den eersten
en laatsten?
AFDEELING XXII.
1. A heeft 7 .V gulden weer dan B , en te zamen hebben zij
juist 25 gulden minder dan C, die 12 } gulden meer
heeft dan D. Hoe veel gulden heeft ieder, zoo 't geld
van D tot dat van C staat als 4 tot 5 ?
2. Van zekere meetkunstige evenredigheid staan de eerste
en derde term tot elkander als 2 tot 3 , terwijl hun
verschil gelijk is aan den grootsten gemeenen deeler
van 37' , 62 J en 100. Wanneer men den derden term
met 22} vermindert, door welk getal moet men dan
den laatsten term deelen , opdat het product der uiter-
ste termen aan dat van den tweeden en derden gelijk
bkjve?
3. A, B en C handelden in compagnie. Van de winst