Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
teller en noemer tot elkander als 3 tot 10 , terwijl 't
zesde deel van den noemer 16 meer is dan 't vijfde
deel des tellers. Welke breuk wordt hier bedoeld?
4. Iemand verwisselde van 250 rijksdaalders zóó vele tegen
guldens, dat hij 3| maal zoo veel van de laatstge-
noemde geldstukken bekwam als hij rijksdaalders over-
hield. Hoe veel guldens heeft bij alzoo ingewisseld?
5. Wanneer een graanhandelaar eene partij rogge voor 1125
gulden verkoopt, dan verliest hij juist 6 \ pereent. Voor
hoe veel gulden moet hg de partij verkoopen , om er
percent en 10 gulden op te winnen?
6. Iemand kocht een stuk laken tegen 51 gulden de meter.
Wanneer men de meters, die 't stuk lang was, optelt
bij de giddens, welke er voor betaald werden, dan bekomt
men 250. Men vraagt naar de lengte van 't stuk laken.
7. Welk product bekomt men , wanneer men 't kleinste ge-
meene veelvoud van 2}, 3| en 5® vermenigvuldigt
met den grootsten gemeenen deeler van 18 ^, 31 i en 50?
8. Een landbouwer verkocht eene partij erwten tegen 15
gulden de hectoliter en ontving in betaling alleen gul-
dens. Wanneer men 't vijfvoud van de hectoliters,
waaruit de partij bestond, optelt bij 't drievoud van de
guldens , welke hij er voor ontvangen heeft, dan be-
komt men 3750. Uit hoe veel hectoliter bestond die partij?
9. Eene som van 3000 gulden moet onder A , B en C zóó
verdeeld worden, dat C 250 gulden meer bekomt dan
A en 3 te zamen, terwijl B 125 gulden meer moet
hebben dan A. Hoe veel gulden komt ieder alzoo toe ?
10. Als 12 mannen en 10 jongens in 2[ dag 56{- gulden
verdienen, hoe veel guldens verdienen dan 15 mannen
en 20 jongens in 3 dagen, in aanmerking nemende,
dat 5 jongens in denzelfden tijd even veel verdienen
als 3 mannen ?