Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Als I = > is, hoe veel is dan {x -f j/)® meer daa
^^ + y^ t zoo verder nog bekend is , dat x y —
183 is?
10. Hoe veel is (a -j- b)^ meer dan a^ -}- b^, zoo 3a + 5b =
75 — en 6a 4- 2b = 90 is?
AFDEEIilNG XI.
1- Hoe veel is (3c — meer dan ^^—als 4c -f
oc — 8a
3d =: 22J- — en 5c -1- 5d = 31^ is?
2. Als 2x -h y — 60— en 5a; + 3y = 161{ is, hoe
veel is dan 3a---f-5y p
(2x-i{yy
3. Een rentenier ontvangt van zeker kapitaal jaarlijks 500
gulden interest. Wanneer hg | gedeelte van 't kapi-
taal tegen één percent meer — en de rest tegen | per-
cent minder uitzet, dan zal de jaarlijksche rente 62|
gulden meer beloopen. Tegen hoeveel percent in't jaar
moet dat kapitaal uitgezet worden, om er in 9 maan-
den 468 gulden en 75 cents interest van te kunnen
trekken ?
4. Van eene meetkunstige reeks, die uit 5 termen bestaat,
is de eerste term 4 en de laatste 2500. Welke zgn
de termen van de bedoelde reeks?
5. Drie personen, die wij A, B en C zullen noemen, zet-
ten op denzelfden dag ieder eenig geld op rente uit,
n.l.: A 7500 gulden tegen 4—, B 5000 gulden tegen
5 — en C 10000 gulden tegen 3 J percent in 'tjaar.
Hoe lang moet ieder zijn kapitaal laten uitstaan, opdat
ieder even veel interest kunne ontvangen ? N.B.! Men