Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
5. De eerste term eener meetkunstige evenredigheid is
5|, de tweede 15 en de som van den derden en vier-
den term gelijk aan den grootsten gemeenen deeler
van 165 , 275 en 440. Men vraagt naar den derden
en vierden term ieder in 't bijzonder.
6. Van 4 getallen, die eene meetkunstige evenredigheid
vormen, is de som 262J , terwijl de eerste en tweede
term tot elkander staan als 2 tot 5. Welke zijn de
bedoelde getallen , als de vierde term het tienvoud van
den eersten is ?
7. Iemand kocht eene partij haver voor 450 gulden, en
verkocht die tegen 120 gulden het last. Indien de par-
tij 5 hectoliter grooter geweest ware, dan zou er 11 i
percent op gewonnen zijn. Uit hoe veel last bestond
de partij ?
8. Iemand kocht eene partij tabak voor 375 gulden. Eeni-
gen tijd later, toen hij ze nawoog, bemerkte hij, dat
de partij 4 percent gewicht verloren had, waardoor
de kilogram toen juist 2 J cent meer kostte dan bij den
inkoop. Hoe veel cents kostte de kilogram bij inkoop?
12'
9. Als
—- = -I is , welke waarde heeft dan a ?
10.
a + 12^
Iemand, die met 22^ gulden naar de kermis ging,
gaf daar zoo veel van zijn geld uit, dat hij juist 5
maal zoo veel overhield als hij uitgaf. Bereken hieruit,
hoe veel gulden hy op de kermis heeft uitgegeven.
AFDEELING X.
1. Als
— 1
2L 4- 26
dien 2a — Sb is ?
is, hoe veel is dan
3« + 7J-6
^
in-