Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
5. In de voorkamer van mijn huis staat eene tafel, die IJ
meter lang — en 12J decimeter breed is. Hoe veel
dobbelsteenen, van 2341 vierkante millimeter opper-
vlakte ieder, kunnen naast elkander op die tafel ge-
legd worden ?
6. A is 45 — en B 15 jaar. Hoe oud zal A zijn, als B
het J gedeelte van zijn ouderdom bereikt heeft?
7. B is 20 jaar ouder dan C, en zoo zij ieder nog 10 jaar
leven, dan staan hunne jaren tot elkander als 3 tot 2.
Hoe oud is ieder?
8. De heer Gr., die 50 jaar oud is , heeft 3 kinderen, die
te zamen 30 jaren tellen. Hoe veel jaren moeten er
nog verloopen, eer de som der jaren van de 3 kinderen
gelijk is aan den ouderdom van hunnen vader?
9. Een landbouwer verkocht eene partij rogge tegen 225
gulden de 30 hectoliter, en ontving in betaling 750
guldens en half zóó veel rijksdaalders als hij hectoliters
verkocht. Uit hoe veel hectoliter bestond die partij?
10. Er is eene rekenkunstige reeks van 15 termen, wier
som 600 is. Welke is de bedoelde reeks, als delaatsta
term het ^ gedeelte van 931 is?
AFDEELING- VIII.
1. Tegen hoe veel percent in 't jaar moet 7500 gulden op
rente worden uitgezet, om er in 2 jaar even veel in-
terest van te kunnen trekken als 6400 gulden , tegen
3f percent in 't jaar, in 2J jaar opbrengt?
2. A en B hebben ieder eenig geld op rente uitstaan, doch B
1250 gulden'meer dan A, die zijn geld tegen 6 percent
in 't jaar heeft uitgezet. Indien B van 400 gulden in
denzelfden tijd even veel intrest ontvangt als A van