Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
14

vermenigvuldigt met ^ , dan bekomt men eene breuk,
die gelijk is aan Welke is de bedoelde breuk?
AFDEELING VII.
1. Een knecht verhuurde zich bij een heer, onder voor-
waarde , dat hij jaarlijks zoude verdienen 60 gulden
aan geld , een pak kleêren en een paar nieuwe laarzen.
Toen de knecht 7 \ maand in zijne dienst geweest was»
vertrok hij en ontving toen 't bedongen pak kleêren en
331 gulden aan geld, waarmede zijn heer hem juist
betalen kon. Als u gezegd wordt, dat het pak kleêren
3 maal zoo veel kostte als 't paar laarzen, kunt gij
dan berekenen hoe veel gulden de knecht per maand
bg den heer verdiende?
33 55
2. Wanneer men ^ vermenigvuldigt met hoe veel veer-
tigste deelen moet men dan bij 't jjroduct voegen, om
eene breuk te bekomen, die aan | gelijk is ?
3. Wanneer een stuk laken met een verlies van 7 J percent
verkocht wordt, dan is 't bedrag van den in- en toer-
koop 481 gulden en 25 cents. Hoe veel gulden zal de
verkoop zijn, als 't bedoelde stuk laken met 12J per-
cent xvinst verkocht wordt?
4. Drie kooplieden , die wij A , B en C zullen noemen ,
handelden in compagnie. A legde in den handel 3750
gulden voor den tijd van 6 maanden, B 4500 gulden
voor 5 maanden en C 6750 gulden voor zekeren tijd.
Hoe lang is 't geld van C in den handel geweest, als
hij 3 gulden van de winst moest hebben tegen A en B
te zamen 5 gulden?