Boekgegevens
Titel: Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: 's Hage: Joh. IJkema, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8812
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202138
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde opgaven: verzameling rekenkunstige voorstellen ten dienste van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
3. Toen de kilogram thee 25 cents meer kostte dan 3 kilo-
gram koflSe , betaalde een winkelier voor 600 kilogram
thee en 1000 kilogram koffie te zamen 2250 gulden.
De thee verkocht hij met 12 — en de koffie met 6|
percent winst. Hoe veel gulden won hij alzoo met dien
handel ?
4. Van zekere opklimmende rekenkunstige reeks, die uit 51
termen bestaat, is de reden 6A en de eerste term 3^-.
Hoe veel zijn de termen der bedoelde reeks te zamen ?
5. Toen een winkelier van eene partij thee het vijfde deel
en 50 kilogram verkocht had , was er nog juist het
derde deel en 125 kilogram van over. Hoe veel gulden
heeft de winkelier op die partij thee gewonnen, als hij
de kilogram met eene winst van 25 cents verkocht heeft?
6. Een landbouwer verkocht eene partij haver tegen 112^
gulden de 30 hectoliter en ontving in betaling alleen
guldens. Wanneer men 't getal hectoliters, dat hij ver-
kocht , optelt bij 't derde gedeelte van de geldstukken
die hij er voor ontving, dan bekomt men 270. Hoe
veel hectoliter haver verkocht de landbouwer ?
7. Onder A, B en C moet 1125 gulden zóó verdeeld wor-
den , dat A 3| maal zooveel guldens bekomt als B
rijksdaalders, terwijl C I J rijksdaalder moet hebben
tegen B 3 gulden. Hoe veel gulden komt ieder alzoo toe?
8. Wanneer men zekere breuk, die 5 tot teller heeft, met
g2
— vermenigvuldigt, dan is 't product gelijk aan
Welke breuk wordt hier bedoeld?
9. Van zekere meetkunstige evenredigheid staat de derde
term tot den tweeden als 3 tot 4 , terwijl de vierde
term het viervoud van den derden is. Welke is de be-
doelde evenredigheid, als de som harer termen 250 is?
10. Wanneer men eene breuk, die tot noemer heeft.