Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
Dercent van het eerste mengsel weegt. Hoeveel percent zilver
Devat het nieuwe mengsel ?
174. Door den noemer eener breuk met 225 te verminderen,
wordt de breuk met het '/c deel harer waarde vermeerderd.
Welk is die breuk, als de teller het ^/g deel van den ver-
minderden noemer is?
175. De rest eener aftrekking verandert niet, als men het
aftrektal door l^/y deelt en den aftrekker met 1783 vermindert.
Als de aftrekker het 274 deel van het aftrektal bedraagt,
vraagt men naar het verschil.
176. Om een portret in eene lijst te zetten, heeft men een
stuk glas noodig dat 7,5 dM. lang en 5,4 dM. breed is. Als
het glas 4 mM. in het hout der lijst steekt en deze 6 cM.
breed is, vraagt men naar de bovenoppervlakte van de lijst.
177. Van eene deeling neemt men het deeltal ^/g deel en
den deeler 74,25 grooter, waardoor het quotiënt onveranderd
blijft. Als het deeltal in het 2de geval 57^/4 meer is dan de
deeler, vraagt men het quotiënt.
178. Hoeveel tijd verloopt er tusschen de twee tijdstippen,
dat de wijzers van een horloge voor het eerst na 5 uur in
eikaars verlengde staan en dat zij na zeven uur voor het eerst
elkaar bedekken.
179. Iemand verkoopt eene partij kaas, die hij tegen 48
cent de KG. heeft ingekocht, voor 67 V2 cent de KG. Men
vraagt, hoeveel percent de kaas ingedroogd is, als hij slechts
12>/2 pCt. winst maakt?
180. Verkoopt men den M. laken voor f 6,40, dan wint
men percent van den verkoop. Met welk gedeelte moet
men den verkoopsprijs verminderen, om percent op den
inkoop te verliezen?
181. Vul in en laat uit eene figuur zien:
Een vierkant, welks hoeklijn 6 cM. is, is even groot als een
rechthoek, die .... lang en ... . breed is.
182. Van een gelijkbeenig trapezium is de hoogte 8 cM.,
de kortste der evenwijdige zijden 1 dM. en de hoeken aan
de langste der evenwijdige zijden 45". Bereken de oppervlakte
van dit trapezium.
183. Een rechthoekige balk is lang 18 dM., breed 12 dM.
en hoog 24 dM. De helft van dien balk verdeelt men in