Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
1Ó4. Als eene onvereenvoudigbare brenk niet van waarde
verandert, wanneer men den teller met 4 vermindert en tevens
den noemer door 1.5 deelt, welke ondeelbare factoren kan
de noemer dan niet bevatten ?
155. Een kapitaal staat op enkelvoudigen intrest uit tegen
4 pCt. 'sjaars. Het brengt in 8 jaar en 6 maanden f 8,60
meer op dan '/.i van het kapitaal. Hoe lang moet het uit-
staan om f 90,30 minder op te brengen dan het halve kapitaal ?
156. Een rechthoekig bleekveld heeft een' omtrek van 80 M.
Hoeveel Are is dat bleekveld groot, als het drievoud zijner
lengte 8 M. meer is dan het viervoud zijner breedte ?
, „ „ - . e^/i . „„ , 0.03 : 0.012 „ .
lo7. Vul m: -._ o : 6% H--= 3.75 :').
158. Het vijfvoud van het geld van A. is f 60 meer dan
het drievoud van het geld van B. Samen hebben zij f 140;
hoeveel heeft ieder?
159. Van eene breuk zijn teller en noemer samen 55. Ver-
mindert men den noemer met 13, dan krijgt de breuk de
waarde van 0.75. Welke breuk wordt bedoeld ?
160. Het ^/s van eene partij koopwaren werd verkocht
met 3 pCt. verlies en de rest met 12 pCt. winst, waardoor
de som van in- en verkoop f 1287,50 bedroeg. Hoeveel werd
er met dien handel gewonnen ?
161. Eene kist, die van binnen M. diep en 84 cM.
wijd is, kan 7.875 HL. haver bevatten. Hoeveel haver kan
in eene kist geborgen worden, die van binnen 2.5 dM. korter
is, doch dezelfde diepte en wijdte heeft als de eerste?
XXII. R. K. S. Deventer.
162. Van 80 HL. rogge verkoopt iemand voor f 6,50
den HL. en de rest met 25 ct. winst per HL. Hij wint f41,60.
Bereken den inkoopsprijs van 1 HL.
163. Iemand verdient in 9 dagen en 5 uren f 15.20. Tegen
hetzelfde dagloon zou hij, evenveel uren per dag werkende,
in 5 dagen en 8 uren f 9,28 verdienen. Hoeveel uren werkt
hij per dag.
164. A. en B. hebben samen 5 dagen aan zeker werk
gearbeid. Maakt B. de rest af, dan duurt het werk 22/3 dag