Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
1898.
XIX. R. K. S. Haarlem.
138. De bevolking van twee steden verhield zich op een
zeker tijdstip als 28 : 27. Na zekeren tijd was die van de
eerste stad toegenomen met 10 en die van de andere met
5 o/o en toen bedroegen beide bevolkingen samen 118300
zielen. Hoeveel bedroeg de oorspronkelijke bevolking in
iedere stad ?
139. Een Hollander koopt in Londen twee rijwielen, elk
voor 21 pond 16 shillings, en drie portemonnaies voor 2
shillingen 6 stuivers het stuk. Hoeveel Engelsch geld krijgt
hij terug van een biljet van f 1000?
Opmerking: 1 pond = f 12.10.
1 pond = 20 shillings.
1 shilling = 12 stuivers.
140. A werkt 5 weken en 3 dagen en B 4 weken en 2 dagen
aan het zelfde werk. Per dag verdient B 1.25 maal zooveel als A.
Samen verdienen zij aan het geheele werk f 65.50. Hoeveel
bedraagt ieders weekloon ?
141. Een lakenkooper vraagt voor een stuk laken f 3.60
per oude Amsterdamsche el, maar verkoopt het na eenig
afdingen van den kooper voor f 5 den Meter. Het blijkt, dat
het stuk nu voor f 14.08 minder verkocht wordt als de eisch
aanvankelijk is geweest. Hoe lang is het stuk laken ?
Opmerking: 1 Amsterdamsche el = 688 mM.
142. Een voetganger vertrekt uit A naar B in den voor-
middag te half negen en 1 uur later gaat een wielrijder hem
van uit B te gemoet. De wielrijder legt per uur '2.8 maal
zooveel af als de wandelaar. Te half een ontmoeten zij elkaar.
Was de wielrijder eerst te half een vertrokken en had hij
daarbij 2 KM. per uur meer afgelegd, dan zouden zij elkander
te half drie hebben ontmoet. Hoe lang is de weg en hoe
groot ieders snelheid?
143. Een koopman heeft waren gekocht ä 50 cts. het KG.,
onder voorwaarde, dat hij 10 pet. overwicht zou ontvangen.
Alles, wat hij gekocht heeft, verkoopt hij voor 60 ets. het
KG. terwijl hij 10 pet. korting geeft. Het blijkt, dat hij f338.40
wmst maakt. Hoe groot is de partij ?