Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
de toorn des tijgers, en onvermoeid vervolgt
hij zijnen vijand. Echter door honger gedreven,
waagt het de gevlekte wurger den buffel aan te randen;
zoekt hij hem te overvallen en zich van achteren
op den ronden rug te vestigen, ten einde zich onbevreesd
een weg tot zijn ingewanden te . Doch de gedreigde,
op zijne hoede, ziet den moordenaar komen, ziet, hoe hij,
als geen kwaad in den hebbende, zich achter een
kreupelbosch nederlegt, of onachtzaam nu aan deze, dan
aan zijde onder de struiken ; hij merkt
zijn voornemen, en duister loert hij van ter op al zijne
bewegingen. De wreedaard, zich nu ontdekt en alle hoop op
eene gemakkelijke prooi verdwenen ziende, . Doch
door honger en bloeddorst , besluit hij eindelijk tot
een openbaar gevecht; vertrouwende op zijne behendigheid
en zijn list, treedt hij stoutmoedig zijnen vijand te gemoet
en schrikkelijk grijnzende toont hij de scherpe slagtanden,
terwijl de andere het ontzaglijk hoofd opheft, damp
uit de neusgaten blaast, snuivende van toorn
•een wolk van zand in de lucht , en hem onver-
schrokken afwacht, niet tot een gevecht, als toen hij met
zijn medeminnaar om het bezit zijner gezellin
kampte, waar kracht tegen kracht, en wapens tegen wapens
gesteld waren, waar twee vijanden, met gelijke woede
, in het strijdperk treden, waar het dampende
bloed uit diepe vloeit, en afwisselende slagen
en worden, maar tot een gevecht, waar de een
zoekt aan te vallen en de ander te , waar de
strijders zich vermoeien zonder elkaar te bereiken, en op
het oogenblik, dat de kamp is, de overwonnene
fierst de doodelijke wapens zijner voelt.
IV.
Tegen ledigheid en moedioil.
Het werkzaam bijtje weet heel goed
Elk zonnig uurtje uit te koopen.
En zamelt was en honigzoet
Uit wat voor bloempje zich maar open'.