Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
67. Men telt 8^1 ^ bij den teller der breuk "/icj hoeveel
twaalfde deelen moet men bij den noemer voeren, opdat de
waarde der breuk niet verandere ?
68. Van eene vermenigvuldiging is de som van het ver-
menigvuldigtal, den vermenigvuldiger en het product =
Als het vermenigvuldigtal '/es is, hoe groot is dan het product ?
69. Een vloerkleed is met den rand 4 M. lang en 3 M.
breed. Als de rand 4 dM. breed is, de vierkante halve M.
van het binnenste 1.2.5 gld. en de halve vierkante M. van
den rand 3 gld. kost, op hoeveel komt dan het geheele kleed ?
IX. R. K. S. Middelburg.
70. Bereken:
(123/„ - + 3.6875) : X 2.04 X P/,^)
n^i + + X 101'^/,3 : 8^,3) •
71. Twee getallen verschillen 16, terwijl het ^/y van het
kleinste 1 meer is dan de helft van het grootste. Welke zijn
die getallen?
72. Jjen landbouwer verkocht van eene partij boekweit
het vierde deel en nog 62.5 DL.; van de rest verkocht hij
het vierde deel en nog 7.5 HL. Nu houdt hij 30 HL. over.
Welk deel is de tweede verkoop van den eersten ?
73. Een houten kist zonder deksel, binnenwerks lang
1.16 M., breed 7 dM. en diep 48 cM., is gevuld met steen-
kolen. Het hout is 2 cM. dik. Hoe groot is het gezamenlijk
gewicht van steenkolen en hout, als het S. G. van steenkool
L3 en van het hout 0.7 is?
74. Zekere som gelds moet onder A, B en C zóó verdeeld
worden, dat A en B samen 1000 Gld. meer bekomen danC;
B en C samen 500 Gld. meer dan A, terwijl A en C samen
1500 Gld. meer moeten bekomen dan B. Hoeveel krijgt
ieder?
X. R. K. S. Apeldoorn.
75. Iemand zet twee-derde van zijn geld uit tegen 4
en de rest tegen 3 "/o 'sjaars. Hij krijgt f660 rente per jaar.
Hoe groot is zijn kapitaal?