Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
57. Van drie partijen aardappelen, samen groot 450 HL.,
brengt de eerste tegen f 2,50 den HL. f 34 minder op dan de
tweede tegen f 2,25 den HL. en f 60.80 meer dan de derde
tegen f 2,80 den HL. Hoe groot is elke partij ?
VIII. R. K. S. Maastricht.
58. De som van teller en noemer eener breuk is 623. Telt
men bij den teller 2 op, dan is de nieuwe breuk na vereen-
voudiging ®/i9. Welke was de oorspronkelijke breuk?
59. Zeker getal is gedeeld door ''"/7573, bij het quotiënt
heeft men X 37i2 opgeteld en van deze som heeft men
5',2 afgetrokken, waarna men 200 kreeg. Welk getal wordt
bedoeld ?
60. Een garnizoen van 5340 man is voor 18 maanden van
levensmiddelen voorzien. Hoeveel man vertrekt er na 8V2
maand, als de overblijvende na hun vertrek nog 14"/4 maand
met den voorraad kunnen toekomen ?
61. Twee getallen verhouden zich als 1.25 tot 1.75. Als
men het deel van het eene vermenigvuldigt met het vier-
voud van het andere getal, komt er 840.
Bereken die getallen.
62. Indien van een rechthoek de lengte 15 "/„ grooter
was en de oppervlakte 50ö/o, zou de breedte 3.5 M. grooter
zijn. Hoe groot was de rechthoek?
63. Om hoe laat vormen uur- en minuutwijzer na half
negen voor den tweeden keer een hoek van vijf minuten ?
64. Van drie getallen is het product van het eerste en
het tweede = 162, en het product van het eerste en het
derde getal 2.4 maal zoo groot. Als het tweede getal 21 klei-
ner is dan het eerste, vraagt men naar de drie getallen.
65. Twee personen vertrekken des morgens om kwartier
vóór zeven uur: A. uit M. naar V. en B. van V. naar M.
Zi.j ontmoeten elkaar 4 uren later. Als de snelheid van B.
l'/j maal zoo klein is als die van A., om hoe laat komt A.
dan te V. aan?
66. Als van eene deeling de deeler met 12 toeneemt,
met hoeveel ®/o moet dan het deeltal toe- of afnemen, om
te maken, dat het quotiënt 32 ®/o kleiner wordt?