Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
47. Van 2 getallen is het quotiënt 9-inaal op het product
begrepen en het verschil l'/j-maal op de som. Welke zijn de
2 getallen?
48. Vul in: S^/s dS. + 0.24 DL. = 36 — .... HL.
VII. R. K. S. Deventer.
49. Een wijnkooper vermengt 7 L. wijn van f 1,20, 5 L.
van f 0,90 en 9 L. van f 0.80 den L. Hij wil er wijn van
f 1,30 den L. en water bijvoegen, maar 3 L. wijn meer dan
water, om een mengsel te krijgen van f 0,80 den L. Hoeveel
L. wijn van f 1,30 den L. moet hij nemen ?
50. Men vermindert de breedte van een rechthoek met
4 pCt. Met hoeveel percent moet men de lengte vermeerderen,
als de oppervlakte 20 pCt. zal toenemen ?
51. A., B. en C. kunnen samen zeker werk afmaken in 20
dagen. Werken A. en B. samen eerst 11 dagen en daarna
B. en C. samen 11 dagen, dan kan B. alleen de rest afmaken
in 16 dagen. In hoeveel dagen kan B. alleen het werk ver-
richten ?
52. Eenige jaren geleden was A. maal en B. -Vs maal
zoo oud als thans. Vóór 20 jaar was B"s leeftijd het ®/7 van
dien van A. Hoe aud is ieder thans ?
53. Iemand heeft 7 maal zooveel kwartjes als guldens.
Geeft hij 3 kwartjes uit en wisselt hij 3 guldens tegen kwartjes
in, dan heeft hij 10 maal zooveel kwartjes als guldens. Hoe-
veel kwartjes had hij eerst?
54. Welk cijfer moet men tusschen de twee negens van
8998 plaatsen, om een getal van 5 cijfers te krijgen, dat 5
kleiner is dan een elfvoud?
55. Het quotiënt van twee getallen verandert niet, als men
het deeltal met 4^/5 vermindert en den deeler door deelt.
Telt men bij deeltal en deeler 25 op, dan wordt het quotiënt
met 0.15625 maal zijn bedrag verminderd. Welke zijn die
getallen ?
56. Iemand koopt twee stukken laken, het eene tegen f5
en het andere tegen f 4,50 den M., samen voor f 450. Hij
verkoopt het eerste stuk tegen f 5,50 en het tweede tegen
f 5,25 den M. en wint in het geheel f 60. Hoe lang is ieder
stuk ?