Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
tweede voor 32.5 cent de KG. Indien zijne ontvangst f724.25
bedraagt, hoeveel KG. heeft hij dan van iedere soort gehad,
en hoeveel bedraagt zijne winst ?
12. Een bak, lang I1/4 M. en breed 7.5 dM., is voor
gevuld met water. Nadat men er l"/g HL. had uitgeschept,
stond het water nog ter hoogte van 6 dM. in den bak. Hoe
diep is die bak?
13. Het k. g. v. van twee getallen is 360360. Deelt men
dit door elk der twee getallen, dan zijn de quotiënten 104 en
77. Wat is de g. g. d. dier getallen ?
14. Door den noemer eener echte breuk met 12 te ver-
minderen, heeft men die breuk met 2''2 vermenigvuldigd.
Welke is die breuk, als het verschil van teller en noemer
9 is?
15. Iemand verkoopt van eene partij goederen, die hij ä
70 cent de KG. heeft gekocht, '/j gedeelte met 12 "/„ winst,
-,'5 van de rest met 15 "/„ winst en het overige met 12'/2 %
verlies. Indien de geheele opbrengst f 3287,76 bedraagt,
vraagt men naar de grootte der partij en hoeveel hij gemid-
deld heeft gewonnen.
16. Een rentenier heeft 3 kapitalen uitstaan, die hem te
zamen f 1008,75 interest per jaar opleveren. Het eerste kapi-
taal staat uit tegen 4'/4 "/o, het tweede, dat f 1250 grooter
is, tegen 4'/2 en het derde, dat '/j niaal zoo groot is als
het eerste, tegen Hoe groot is elk kapitaal?
IV. R. K S. Haarlem,
17. Verminder de som van 38754 HL., 77294000 mM^. en
9728956 dS. met de som van 89754.75 DS., 0.0000163543 HM»,
en 79202-394594 cM^ en schrijf de uitkomst in Liters.
18. Op een stuk land, lang 2 5 HM. en breed 6 DM.,
worden vruchtboomen geplant, 5 M. van elkander en 2.5 M.
van den rand. Per stuk kosten de vruchtboomen f 1,50.
Hoeveel geld kosten zij ?
19. Iemand moet deelen door 105. Hij deelt eerst door 100,
daarna de verkregen uitkomst door 5, en telt vervolgens de
quotiënten samen. Hij meent nu de gevraagde uitkomst ver-
kregen te hebben, die evenwel 67808 met de zijne verschilt.
Wat is het gevraagde quotiënt, en welk deeltal is er geweest ?