Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
10&. Als de wijzers van een uurwerk eens niet in dezelfde
maar in tegengestelde richting ronddraaiden, hoe laat zou het
dan zijn, als zij voor den tweeden keer na twaalf een hoek
van 45° vormden?
10c. Als men van een breuk den teller door IV2 en den
noemer door 2^/3 deelt en de komende breuk bij de oor-
spronkelijke optelt, dan krijgt men l'V24 tot som. Welke is
die breuk?
lOd. Hoeveel cijfers zijn er noodig, om alle getallen van 1
tot en met 5378 op te schrijven ?
lOe. A heeft evenveel minder dan f 9000 als B meer dan
f 5000. Als A 20% wint en B lOo/o verliest, bezitten zij
evenveel. Hoeveel geld had ieder aanvankelijk?
10/". Twee personen gaan elkander tegemoet. Om 3 uur
zijn ze nog 5 K.M. van elkander verwijderd en om 20 mi-
nuten vóór 4 zijn ze elkander reeds 3 K.M. voorbij. Wanneer
hebben zij elkander ontmoet?
lOgi. Bepaal de twee kleinste getallen, waarvan het eene
even dikwijls op 166803 als het andere op 247808 begrepen is.
10Ä. Een koopman verliest op een partij goederen 9 "/q,
doordat hij voor 0,27 van de partij geen betaling ontvangt.
Hoeveel "/o zou hij anders gewonnen hebben?
lOfc. Om een tafel, lang 16 dM., en breed 1,2 M. wordt
een rand gemaakt, die l'/, dM. breed is. Hoeveel vierk.
kwart dM. is die rand groot?
lOZ. Aan een vat zijn twee kranen, een aan den bodem,
waardoor per minuut 5 L. stroomt, en een op de halve
hoogte, die per minuut 3 L. doorlaat. Liep er per minuut
door de laatste kraan 1 L. meer, dan zou het volle vat
2 minuten eerder leeg geweest zijn. Hoeveel L. gaan er in
het vat?
1896.
III. G. K. S. Amsterdam.
11. Iemand heeft twee soorten van koopwaren, van 30.5
en 34 cent de K.G., van de laatste soort 270 K.G. meer dan
van de eerste. De eerste partij verkoopt hij voor 34.5 en de