Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
3. Een ijzeren plaat is lang 6 Rijnlandsche voet, 4 duim
breed 3 Rijnl. voet, 5 duim en 4 lijn. Bereken in vierkante
Rijnlandsche maat de oppervlakte.
1 Rijnl. voet = 12 duim, 1 duim = 12 lijn.
4. Een jongen moet een getal deelen door 2'/^. Hij deelt
eerst door 2, en de verkregen uitkomst door '/a- Hierdoor is
zijne uitkomst 63^/4 te groot. Welk deeltal heeft hij gehad?
5. Twee getallen verhouden zich als 2 : 5. Vermeerdert men
het eerste met 16, en vermindert men het tweede met 30,
dan verhouden zich de verkregen uitkomsten als 5: 9. Welke
zijn die getallen ?
6. Een graanhandelaar koopt 3 partijen graan, samen groot
310 HL. tegen f4.ó0, f4.80 en f6.50 den HL., en betaalt in
het geheel f 1510. De eerste partij kost Smaal zooveel als de
tweede. Uit hoeveel HL. bestaat iedere partij ?
7. Van twee getallen is het quotiënt 1,8286714 en de grootste
Oemeene Deeler 6. Welke zijn die getallen?
8. Van eene aftrekking is de som van aftrektal, aftrekker
en verschil 4704. Vermeerdert men den aftrekker met 864,
dan wordt het nieuwe verschil gelijk dien nieuwen aftrekker.
Welke is die aftrekking?
9. In 40 dagen zullen 27 werklieden een werk afmaken.
Na 15 dagen gewerkt te hebben, staken de arbeiders het werk
op 6 na. De aannemer neemt na drie dagen nog 32 arbeiders
in dienst, wier werkkracht tot die van de eerste zich verhoudt
als 3:4. Zal het werk nu nog in dien bepaalden tijd klaar
komen ?
10. Drie Engelschen, John, Dick en Harrv moeten eene
6om van 32 £ 14 Sh. 9 d. verdeelen. John krijgt IV2 maal
zooveel als Dick, of % maal zooveel als Harry. Hoeveel
krijgt ieder?
1 pond (£) = 20 shillings; 1 shilling = 12 pence (d.).
II. R. K. S. Deventer.
lOn. A heeft 10 Ct. minder dan B en B 18 Ct. meer dan
C. C bezit 20% van A's geld minder dan A. Hoeveel geld
heeft ieder?