Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
1. Brui—en— en kl—teren— stroom— (onv. verl. tijd)
het water een— steen— bekken, waarin ve—1—eenden rond-
plas— (o. v. t.)
2. D— eigenaar— (m.v.) van menagerie— (m.v.), d— het
ch
plan mo—ten hebben d— kermis te bezoeken, hebben (o. 1.1.)
d— burgemeester dez— gemeente voorgeschr—ven, de tr—lie-
(m.v.), slot— (m.v.) en grendel— der hok— (m.v.) goed te
voorzien.
3. Wij verzoeken d—g—n—, d— ons een— anoniem—
brief gezonden heeft, vriendelijk, dat hij ons eenig—nader—
inli—ting— zen— omtrent d— zaak, waarop door hem in
66
zijn— brief wor— gew—zen.
6
4. Toen onlangs in on— klasse een— jongen voor zijn—
beurt (antwoorden^ (onv. verl. tijd), (berispen) d— onderwijzer
d— knaap en (zeggen) daarop tot ons : „(Onthouden) het nu
goed, kinderen, ik (willen) niet, dat ieman— (antwoorden),
als h— niets gevraag— wor—.
5. „Overdaa— schaa—", lui— een beken— spreekwoord.
Het li— voor d— hand, wat het bedoel — , en w— zich
steeds hou— aan d— les, d— het bevat, d- behoe— niet
bevree— te zijn, dat h— een— verkwi—ter of een gulzig-
aard wor—.
6. H— , d— ik als mijn— vriend behandel (o. verl. tijd)
en d— ik bij elk— voorkomend— gelegenheid raadpleeg—,
• ei
heeft mij schandelijk om d— tuin gel..-— en m— een—
groot verlies berokken—.
r- r • • ♦ 6
7. Terwijl d— heer zijn— vrienden door de omstr^^ken
rondl4|^—, be^jdt zijn— vrouw een smakelijk middagmaal,
waaraan d— gasten zich weldra zullen verga—ten.
8. D— smid (m.v.) en d— timmerman (m.v.) betalen (onv.
teg. tijd) d— heer d— rekening, d— dez— h—zen—.