Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Maar hij stond stil, waar 't groene plein
Zich uitbreidt om de kerk.
En gluurde door het ijzren hek
Naar treurwilg, kruis en zerk.
Zijn aap sprong op den kerkhofmuur
En maakte klucht op klucht.
De vreemde knaap ontblootte 't hoofd
En slaakte een diepen zucht.
Wat wel verbeelding op dien stond
Zijn ziel te aanschouwen gaf?
De kleine dorpskerk in het dal?
Misschien zijn moeders graf?
Hij dwaalde voort en voort, en hief
Zijn hoed nog wel omhoog.
Maar zonder lach en zonder lied
En — met een traan in 't oog.
A. L. de Rop.
2. Geef de zinsontleding van :
a. De paarden, die de haver verdienen, krijgen ze niet.
h. Als er twee kijven, hebben er meestal twee ongelijk.
c. Wie de pit loil eten, moet de noot kraken.
d. De eene mensch heeft voorspoed, de andere tegenspoed.
e. Wat ons niet ontgaan is, gelooven we niet gaarne.
Ontleed den laatsten zin ook redekundig en de cursief
gedrukte woorden taalkundig.
3. Gebruik in goede zinnen:
Van a tot z; op de been brengen; te berge rijzen; zijne
biezen pakken; aan boord gaan; aan den dijk zetten; met
éénen voet in het graf staan ; te gronde gaan.
Rijksnormaallessen te 's-Gravenhage.
Vul de weggelaten vormen in en plaats boven zelfst.
nmwrden en voornw. een cijfer, dat den naamval aanwijst.