Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Is hebben „hebben" — krijgen is de kunst!
Zoo luidt de spreuk,
En steeds stond ze bij mij in goeden reuk
En groote gunst!
Omdat toch krijgen krachtig maakt en knap
En hebben slap!
Verklaar de figuurlijke beteekenis van het cursieve in één
van de onderstaande uitdrukkingen uit de etjfenZij^e beteekenis.
Een geheim lekt uit,
Eene oude geschiedenis wordt opgerakeld.
IV. Taal (Ontleding.)
Ontleed onderstaand gedichtje in zinnen en benoem ze:
De vorsch, die tot de keel toe plaste in 't nat,
Riep tot de muis, die om een dropje bad.-
„Gaf ik aan duizend, die dus smeeken.
Mij zou op 't laatst zelf nat ontbreken."
Ontleed redekundig den zin;
Mij zou op 't laatst zelf nat ontbreken.
XXXI. Bisschoppelijke Kweekschool
's-Hertogenbosch.
I. Taal.
1. Geef het volgende met uw eigen woorden weer:
In den vreemde.
Laatst trok er door ons dorp eeii knaap.
Hij zong in vreemde taal.
Zijn lokken waren glanzend git.
Zijn kleeren grof en vaal.
Hij bedelde om een kleine gift
Voor zich en voor zijn aap.
Een lachje was zijn afscheidsgroet.
En verder trok de knaap.
Toetsnaald VII. 5