Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
B. Beschrijf duidelijk, wat iemand doet, die in letter-
lijken zin:
Geef daarna een voorbeeld van iemand, die in figuurlijken zin:
1. iets in den doofpot doet.
2. een ander in de wielen rijdt.
C. Maak met ieder der volgende werkw. 3 zinnetjes,
een m. d. In pers. meerv. Onv. Teg. tijd Aant. wijs.
In
Verl.
een „ het verleden deelw. als bijv. naamw. vóór een zelfst.
naamw. gebruikt.
verstooten — vergrooten.
beladen — versmaden.
Opstel.
Spelen.
I. Opstel.
Sparen.
II. Taal en Stijl.
A. 't Is mij van overlang door wijze liên gezegd:
Wilt gij een dienstbóo, die uw zaakjes overlegt, • ■
Zoo wees uw eigen meid — en wees uw eigen knecht.
a. Zeg met uw eigen woorden, wat dit versje beteekent.
b. Met welke woorden zou men den tweeden regel kunnen
laten beginnen?
c. üit welke enkelvoudige zinnen bestaat het versje?
Benoem die zinnen.
d. Benoem taalkundig de schuin gedrukte woorden.
e. Wat beteekent eigen hier? Wat kan eigen nog meer
beteekenen ?
ƒ. In welke beteekenissen kan 't woordje zoo voorkomen?
met voorbeelden?