Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
Na de schifting.
Opstel.
Maak een opstel van één der volgende onderwerpen:
1. De verver of huisschilder.
2. De veldwachter of de politieagent.
3. De wind.
Ontleding.
De groote markt des Maandags te Amsterdam.
Een Amerikaan, met loien ik onlangs de Maandagsche
markt alhier bezocht, vroeg mij lachende waar in dit Hol-
landsch volkstafereel onze spreek- onze spreekwoordelijke
kalmte bleef. Het geschreeuw, dat men uit alle hoeken hoort,
maakt dat iemand doof wordt. Nauwelijks op de markt ge-
komen, wordt de vreemdeling omringd door krijschende koop-
lieden, vol ijver om hem hunne waren op te dringen.
1. 't Geheel redekundig te ontleden.
2. De onderstreepte woorden taalkundig te benoemen.
XXIX. R. K. S. Middelburg.
Taal en Stijl.
A. Wanneer gij zonder Nijd — al hebt ge leed misschien —
Een ander kunt gelukkig zien.
Tel ik u bij de braafste liên.
a. Zeg met uw eigen woorden, wat dit versje beteekent.
b. Welke woorden kunt ge in de plaats zetten van wanneer
welke in de plaats van al?
c. Uit welke eenvoudige zinnen bestaat het versje? Benoem
die zinnen.
d. Benoem taalkundig de schuin gedrukte woorden.
e. Wat beteekent tel hier? Wat kan tellen nog meer be-
teekenen?
ƒ. In welke beteekenissen kan 't woord wanneer voor-
komen? (Met voorbeelden.)