Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
Moeder Jobje zat in huis
't Blauwe buis
Van haar Jaap te lappen ;
Maar haar voet bleef evenwel
Op de rel
Van een wiegje trappen.
Dapper weerden zich de longen,
Boven moeders deuntjen uit,
Van haar dikken zesden jongen.
Van haar tienden huwelijksspruit.
„'k Hoor Roodkapjen is in H zicht!. .
(Stil toch, wicht!)....
'k Heb het al begrepen:
Dat 's van avond nog op 't pad.
Om in stad
Met de ben te sleepen;
Luid te schreeuwen langs de straten,
Mooie visch tot lagen prijs
Aan de lui te moeten laten;
Waarom komt hij niet bijtijds?
„Morgenochtend niet te kerk,
Maar aan 't werk
Op den dag des Heeren;
Hier een knoop af, daar een scheur,
De elleboog deur
Van je vaders kleeren !
Dan, mooi af van drukte en leven.
Naar de middagpreek, als 't kan.
Kleine Krelis! wacht reis even.
Wieg jij ook reis, als een man !
„Maandag vaart de jongen mee.
Dat 's er twee
Op de zoute baren;
Dat 's weer een gebed te meer
Tot den Heer,
Die hen kan bewaren,
'k Ben mijn Sijmen niet vergeten,
Hoe zijn lijk op 't barre strand
Met den vloed werd neergesmeten."
En een traan beefde op haar hand.