Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXVI. R. K. S. Nijmegen.
Geef met eigen woorden den inhoud van het volgende
gedicht weer:
De winkelier en de schilder.
Een zeker winkelier, verwaand in alle zaken.
Ontbood een schilder om een uithangbord te maken.
Deez' vroeg: „Hoe wilt gij, dat ik 't schild'ren zal, mijnheer?"
Hij zei hem: „Zus en zoo, maar bovenal een beer,
Gelegen aan een paal en aan een touw gebonden."
De schilder sprak: „Dit is niet goed door u gevonden:
Een beer moet vast zijn aan een ketting, aan geen touw.
Dewijl hij met zijn bek dat straks doorknagen zou."
Enz.
Zeg het verschil in beteekenis tusschen:
Een oud werkman. Een versleten werkman. — Een boersche
jongen. Een boerenjongen. — Het water staat in mijne
laarzen. Het water staat mij in de laarzen. — Ik deed hem
dat verzoek. Ik overviel hem met dat verzoek. — Men hield
hier algemeen van hem. — Hier hield men algemeen van
hem.
Vul aan:
Ik zal uw zaak verdedigen, dewijl ....
Ik zal uw zaak verdedigen, maar ....
Ik zal uw zaak verdedigen, ofschoon . . .
Ik zal uw zaak verdedigen, opdat ....
Doordat de wegen door aanhoudenden regen geheel onbruik-
baar waren geworden, moesten we wel blijven, waar we ons
eenmaal bevonden.
a. Ontbind in zinnen en zeg, wat ze met elkaar te maken
hebben.
b. Ontleed redekundig.
c. Benoem de cursief gedrukte woorden taalkundig.
Geef met eigen woorden den inhoud van het volgende ge-
dicht weer: