Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
name dames en beeren de lieflijke kinderen der lente te
verkoopen. Als de ezel in den vroegen, kouden morgen langs
den weg stapte, vond hij zijn last dikwijls zeer zwaar, en
zuchtte dan : „Och ! was de lente toch maar voorbij, en kwam
de zomer maar spoedig! Dan zijn er geen mooie bloemen
meer, en zal ik rustiger dagen krijgen!" De wensch van den
ezel werd vervuld. De lente nam afscheid en de zomer ver-
scheen. Vele bloemen verwelkten door de droogte, doch nu
waren er allerlei groenten: kool, bloemkool, enz., en de
vraag naar die artikelen was zoo groot in de stad, dat de
tuinman zijn ezel dikwijls tweemaal daags bevrachtte, en naar
de markt dreef.
„Verwenschte zomer!" riep de ezel nu. „Ik bezwijk bijna
van de hitte, en mijn meester is zoo onbarmhartig, mij nog
zwaarder lasten op te leggen dan in de lente! O, ik wilde,
dat de herfst maar kwam!" Daar kwam de herfst. Hij bracht
een bijna onuitputtelijken voorraad van appelen, noten, peren
en aardappelen in de schuur van den tuinman, en ons
grauwtje moest nu dag aan dag naar de stad draven.
2. Te ontleden:
]Vie plaagt je ? Wie plaag je ?
Wat kwelt jef Wat lees je ?
De cursieve woorden taalkundig ontleden.
(Denk aan naamval en aan den persoon van het werkwoord.)
3. Gebruik in eenvoudige zinnen :
bekennen, herkennen, erkennen, ontkennen, verkennen,
miskennen ; — behalen, inhalen, verhalen, onthalen, herha-
len; — bedenken, verdenken, herdenken; — beloopen, ver-
loopen, ontloopen; — vernemen, hernemen, afnemen.
R. N. L. Groningen.
I.
Grootvaders jaardag.
Ze vlochten samen een kransje
Van rozen, rood en teer.
En leien 't stil op de tafel
In Grootvaders kamer neer.