Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
4. Vul aan met passende hoofd- of bijzinnen:
a. Vele landbouwers dooden en vervolgen de mollen, en
echter .....
h. Edele metalen en edelgesteenten zijn zeldzaam, en
daarom.....
c. Wij moeten spaarzaam omgaan met den tijd, want.....
d. Vele knapen willen niet studeeren, ofschoon zij weten,
dat.....
e. Geen leerling zal vorderingen maken, tenzij.....
f. Bij hoogen waterstand bezwijken de dijken, indien.....
g. De Batavieren sloten een verbond met de Romeinen,
dewijl.....
R. N. L. Zutphen.
1. Het onderstaande in te vullen : (Alle vormen voluit).
Gij en u— neef heb— uw— vrienden een — luiste—ijke
ontvangst ber-^ —
Willem d — Zwijger beschouw — men als d— grondlegger
der Nederland— vrijheid; hem wor— d — naam gegeven van
— ader des —aderland —.
D — gered — drenkeling (vroutv enk.) werd — d — eerst —
hulp verleen — door d — do — ter des dorp —.
Geen—ins pas — e het u—, zulk een— toon aan te slaan
tegenover d — man, di — u — gisteren nog met weldaden
overla •— de.
Dez — man met zijn — flets — oogen, zijn — paars — neus
en zijn— spits — kin maakte op ons alle — een — hoogst-—
onaangenam — indruk,
ei
U — broeder is een — onverwacht — ondersch—ding te
IJ
beurt gevallen.
ei
D — boer oogst — zijn koren en vl-^--e het in d — berg
neer; zijn — knecht (meerv.) dor — te het; daarna is het na —
d — molenaar gebra — t. die — het heeft (malen, verl. deelw.),
Gouda is beken — om (zijn —, haar —) steen — pijpen;
Toetsnaald VII. 4