Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Geef het verschil in beteekenis op tusschen :
Hij denkt aan een middel.
Hij peinst op een middel.
Dat huis kost bij de 5000 gulden.
Dat huis kost over de 5000 gulden.
Dat huis kost ongeveer 5000 gulden.
Hij zag die fout over 't hoofd.
Hij zag die fout door de vingers.
Er is schaarschte van levensmiddelen.
Er is gebrek aan levensmiddelen.
Ontbind in zinnen, zeg wat ze met elkaar te maken hebben,
ontleed ze redekundig en benoem de cursief gedrukte woorden
taalkundig:
Gij kunt u niet voorstellen, mijn zoon, hoe het mij spijt,
dat gij u zoo weinig inspant.
Vul aan :
1. Men zegt van iemand, dat hij de tering naar de nering
zet, wanneer hij.......
2. Men zegt, dat wij iemand tegen ons in 't harnas jagen,
wanneer wij.......
3. Men zegt, dat iemand zijn ooren den kost geeft, wan-
neer hij.......
4. Men zegt, dat wij aan den leiband van iemand loopen,
wanneer wij.......
5. Men zegt, dat iemand door een zuren appel heenbijt,
wanneer hij.......
B.
Geef met eigen woorden den inhoud van het volgende
gedicht weer:
De stadsrat en de veldrat.
Zeker ratje uit de stad
Noodde een veldrat op een kluifje
Van een duifje,
Met een sneetje ham of wat.