Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
XXI. R. K. S. Nijmegen.
Geef met eigen woorden den inhoud van het volgende
gedicht weer:
Be jonge baars.
Een jonge baars, in 't heet seizoen.
Lag, domlend, in een sloot.
Wier oppervlak van krozig groen
Een koele schaduw bood.
„Och," geeuwde hij een makker toe,
„Wordt ge ook geplaagd als ik ?
Wat ben ik al die wijsheid moe,
Die 'k thuis aanhoudend slik !
Dat oude volkje, loom en laf,
Voorziet uit alles kwaad:
Hem waar' de vreugd van 't leven af,
Die leefde naar hun raad.
Het lekkerst, dat ge proeven kunt,
Moog' drijven in den vliet;
Zij droomen van een angelpunt
En schreeuwen: „Roer het niet!""
Bij 't zeggen schuift het kroos vaneen
En door het groen verdek
Wringt, kronkelend, een worm zich heen.
Een pier, zoo vet als spek.
Een oude zeelt verroert geen vin ;
Het baarsje hapt het aas:
Met schiet een haak zijn kieuwen in;
Gevangen is de dwaas.
De heng'laar stopt hem in zijn net;
Daar vloekt hij nu zijn waan :
„Ach, had ik, ouderslief, gelet
Op uw zoo wijs vermaan !
Dat zweer ik! zoo 'k het nog ontspring.
Stipt volg ik steeds uw raad !"
„Baars!" zei de man, die schrappen ging,
„Die eed komt wat te laat."