Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
straatweg, waarop een kuchende oude suffer hijgend voortsuk-
kelde, met een halfomhulden houten koffer op den rug.
' Reeds dikwijls hadden wij ondervonden, dat bij het verzenden
van fijn linnen overhemden en fluweelen japonnen groote
moeilijkheden bestonden. Na vele onaangename bevindingen
met onze verzendingen hebben wij eindelijk iets verzonnen,
waardoor die kostbare artikelen ongeschonden en ongekreukt
worden verzonden. Wij verklaren dus onomwonden, dat onze
waterdichte cartonnen doozen alles overtreffen, wat op 't ge-
bied van voortreffelijke verpakking tot dusver het meest proef-
houdend was bevonden.
Van alle woorden in onderstaande versjes en zinnen, die
eenen naamval hebben, door de cijfers 1, 2, 3 of 4 er boven te
plaatsen, te kennen geven in welken naamval ze voorkomen.
Karaklersterkle.
Toon u vol moed in het bekrompendst noodlot.
Toon als man u sterk; doch bij al te goeden
Winde leer inhalen met wijsheid uwe
Zwellende zeilen.
Wiens werk het best uitvalt, dien zal het hoogste cijfer
worden toegekend. Natuurlijk is zulks niet alleen dit jaar,,
maar ook reeds vorige jaren besloten door de examinatoren,
eenige mannen, die wel ten deele hunne haren, echter geens-
zins hun verstand kwijt zijn.
„Wees uzelf!" zei ik tot iemand. Dit geldt u niet mijn
jongen. Het zou u ook tegen de borst stuiten, als u zoo iets
naar het hoofd werd geslingerd, is het niet? Voor wie hun
best doen als gij, heeft men niets dan lof.
Den lynx of, zooals men in onze taal zegt, den los ken-
merkt een scherp gezicht; den mol daarentegen schrijft men
blindheid toe in de uitdrukking: Hij is zoo blind als een mol.
Stijl I.
Opstel over: Een winter zonder ijs.
Verklaar uitvoerig de uitdrukkingen: De handen uit de
mouw steken. Beloften maken schuld.
II.
Omschrijf de beteekenis der volgende uitdrukkingen: Koel
■weer, een koele kelder, een koel onthaal. Zich schrap zetten.