Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
B.
1. Welk voegwoord moet in het volgende versje voor
regel 3 gedacht worden?
2. Zinsontleding van dat versje.
3. Taalkundige benoeming der cursief gedrukte woorden
daarin.
Gaat er iets niet naar uw zin,
Laat uw zin er dan naar gaan;
Wie dat kunstje leert verstaan.
Maakt van elk verlies gewin.
Stijl L
{Bij de heoordeeling van het werk zal niet alleen op den stijl
en de taal, maar ook op het schrift gelet worden.)
Opstel: Mijn examen.
Het plan, om het examen te doen. — Mijne voorbereiding
er voor. — De oproeping in de courant. — Het in orde
brengen en opzenden mijner stukken. — Het ontvangen der
oproeping. — Het naderen van den dag, voor het examen
bepaald. — De reis naar Haarlem. — Het geneeskundig
onderzoek.
Natuurlijk moogt ge er meer bij verhalen, bijv. over uw
logies in deze stad.
Stijl IL
A.
Zeg met uw eigen woorden, kort en duidelijk, wat de
dichter bedoelt met de volgende versjes:
Gauw zei tegen Goed
("t Was dom van den bloed!)
Hoe komt het, dat ik U zoo zelden ontmoet?
h.
Pleizier, och! wil het niet vergeten,
Pleizier, mijn kind! is specerij ....
En 'k bid je, lieverd! zeg het mij.
Wie enkel specerij kan eten?
Toetsnaald VII.