Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
5. Wat is het verschil tusschenrfoorsc^ii/nencZ en doomc/1%?
6. Wat verstaat gij door een twijfelachtig licht?
7. Wat beteekent: zij dient als voorbode der naderende
zonne? Gebruik zelf het woord voorbode ook in een zin.
8. Waarom spreekt de schrijver van een mistgordijn?
9. Hoe kan een dienstmaagd toonen, dat zij ootmoedig is?
Wie wordt hier bedoeld met de dienstmaagd? Gebruik het
werkwoord hullen in een zin.
10. Wat verstaat men door: een roode tint? Wat wordt
met de lichtpoort bedoeld? Hoe kan hier sprake zijn van
eene poort?
11. Breid de volgende schets uit:
Een knaap had een horloge met een fraaien ketting ge-
kregen. Eenige dagen daarna was het marktdag. Hij steekt
het stilletjes -bij zich. Plotseling is hij zijn uurwerk kwijt.
Het was gestolen. Zijne thuiskomst.
XII. R. K. S. Haarlem.
Taal.
Ik geloof niet, dat die jongen, die zijne moeder zooveel
verdriet heeft aangedaan, een gelukkig mensch is geworden.
a. Ontbind bovenstaanden zin in enkelvoudige zinnen;
zeg of het hoofd- of bijzinnen zijn en in het laatste geval,
wat voor soort van bijzinnen.
b. Ontleed de enkelvoudige zinnen verder redekundig.
c. Ontleed den zin taalkundig.
Opmerking: Er zal gelet worden op het schrift.
Stijl 1.
Een opstel naar aanleiding van het onderstaand gedicht.
Opmerking: Bij de beoordeeling zal niet alleen op den
stijl, maar ook op de taal en op het schrift gelet worden.
(N.B. Het gedicht was getiteld Keizer Otto I en Hertog
Hendrik en bestond uit 11 coupletten elk van 8 regels).