Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
En duizend oogen volgen hem,
Terwijl hij daalt en rijst;
Het meir alleen behoudt zijn stem.
De wal is stom en ijst.
Doch menig beê, die God slechts hoort,
Klimt uit de stilte omhoog;
Intusschen streeft de zwemmer voort.
Het veege knaapje in 't oog.
Hij proest het schuim weg, klieft den vloed.
Gelijk een visch zoo vlug.
Maar wee! daar stuit een baar zijn spoed
En bonst hem fel terug.
Het geldt haar prooi, ze brult, ze bruist,
Ze steigert in de lucht.
En 't wicht, reeds dicht bij 's redders vuist,
Ze sleurt het mede en vlucht.
Hij knarst van spijt, voelt d'arm vermoeid,
Toch staakt hij 't worstlen niet.
Een milder golf komt aangespoeld,
Een, die hem hulpe biedt;
Zij tilt hem op, ze torst hem voort.
Zij wijst hem op zijn buit,
En hij, van nieuwen moed doorgloord.
Schiet, hopend, weer vooruit.
Maar hoop en moed en overleg
't Is alles zonder baat:
Vlak voor hem zingt het jongske weg —
Nog grijpt hij.....'t is te laat!
Te laat! — maar, God, zinkt hij ook neer ?
'k Zie slechts den vloed, die plast.....
Neen — wacht — hij dook: daar rijst hij weer
En 't knaapje heeft hij vast.
En 't strand weergalmt van 't vreugdgerucht,
Terwijl, met snellen streek,
Hij landwaarts roeit, alleen beducht,
Dat reeds het wicht bezweek. —
't Is, of, met zooveel moed begaan.
De wind bedaart en luwt.
En 't meir, bevredigd en voldaan.
Hem zacht naar d' oever stuwt.