Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Helaas! niet allen......
Bij 't knetteren des vuurs, dat dak en wand verslindt,
Bij 't klaaggeroep des volks en 't huilen van den wind.
Hoort men 't geschrei nog van een kind.
Vergeten inderhaast, en......'t huis dreigt in te vallen!
O, God! daar kermt het weer!......het is wellicht
Ook nog te redden. — Maar op ieders aangezicht
Staat angst en bleeke schrik. Ze omringen
Het ramptooneel met raadloos handenwringen:
Och wie, wie redt het arme wicht?
Wie zal er door de vlam in 't krakend huis weer dringen?
Wie? ha! daar snelt een vrouw met losgeslingerd haar!
Vergeefsch is al 't gesmeek der sidderende schaar,
Die door het toonen van 't gevaar
Haar 't roekeloos besluit zoekt af te winnen......
Zij springt door vlam en gloed 't verlaten woonhuis binnen.
Wat was zij heerlijk om te aanschouwen! Zij geleek,
— Zoo onverzetbaar en zoo moedig en zoo bleek, —
Op een der vroegre krijgsheldinnen.
Zij vliegt, zij ijlt.....dra keert zij weder.
Een ieder wacht.....en zwijgt.....en siddert, maar het huis
Stort eensklaps met een daverend gedruisch
Op vrouw en wicht, op beiden neder.
Een pijnelijke gil komt uit het siddrend volk,
En uit de rosse, gloênde wolk
Van 't spranklend puin een doodskreet opgerezen.
Wie is zij, die zoo moedig en verblind
Zich in de vlammen waagt, en zoo ontzind
Den dood durft tarten ?.....Wie mag die heldinne wezen ?
Wie anders dan de Moeder van het kind!
J. van Rijswijck.
Ontleding.
Wanneer ge uwen jongen op zijn vierden verjaardag met
eene poppenkastvertooning gelukkig hebt gemaakt, acht hij
op zijn vijfden verjaardag zulk eene vertooning onontbeerlijk,
en zoo gij dan vergeet hem dat genot te verschaffen, zal hij
over dit verzuim zeker boos zijn.
1. Het bovenstaande redekundig ontleden, aldus:
Wanneer........Verbinding.