Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
3. Gij moet mij niet vleien, beteekent......
4. Wij zullen hem tot scheidsrechter kiezen, beteekent.....
5. Zich door moed onderscheiden, beteekent......
6. Onder een voorwendsel verstaat men......
7. Men besloot eene vloot uit te rusten, beteekent......
8. Die knaap overtreft al zijne medeleerlingen, dit wil
zeggen ......
9. Alle kweekscholen zijn op dezelfde leest geschoeid, dit
beteekent......
10. De leerling trachtte zijn te laat komen te verontschul-
digen, dit beteekent......
11. Eene verwelkte bloem is eene bloem......
12. Verafschuw de leugen, beteekent......
13. Men noemt een knaap stijfhoofdig of koppig, wan-
neer ......
14. Een volk onderwerpen, beteekent......
15. Hij trachtte langs een' omweg zijn doel te bereiken,
dit beteekent......
B.
Ge hebt weieens eene beschrijving van een brand gelezen,
wellicht zelfs meermalen een opstel geschreven over dit
onderwerp. Lees het onderstaande gedicht nu eens met aan-
dacht drie- of vierkeer na, en beproef dan met eigen woorden
nauwkeurig weer te geven, wat de dichter zoo schoon heeft
uitgedrukt.
Moederlijke Liefde.
Daar brandt een huis! — De vlammen blaken;
De stikwalm en het flakkrend kraken
Doen de bewoners nauw bijtijds ontwaken,
Om nog te ontsnappen aan den ijselijksten dood.
Zij zoeken kermend in den nood
Naar goud en schat en dierbre panden......
Vergeefs, de vlam omringt, omsluit
Hen t' allen kanten reeds, en hunne kleedren branden ;
Zij vluchten gillend en met opgeheven handen.
Ten halve schier verstikt, de heete vuurkolk uit.
Zij zijn gered......