Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. C. Glimworm.
Gij mooie glimworm, die in 't woud
Des nachts zoo helder blinkt door hout.
Alsof het sappig groen der bladen
Met diamanten is beladen.
Och, zeg me eens (zoo ik 't weten mag)
Waarom glim je ook niet over dag?
Als ik zoo prachtig licht kon geven,
Dan deed ik 't mijn heele leven,
En niet alleen, dat waar' gewis,
Als 't donker is.
a. In welken naamval staan de cursief gedrukte woorden
en waarom?
h. Schrijf het versje over en onderstreep de voornaam-
woorden.
c. Schrijf het versje nog eens over en onderstreep nu de
voegwoorden.
2. Vul de volgende woorden en vergelijkingen aan met
den daarbij gebruikelijken diernaam. De woorden moeten na
die aanvulling namen of scheldnamen van menschen zijn;
bijv. „luisterpznA"; „hij slaapt als een os.'"
1. bel —, 7. zoo arm als —,
2. vloek —, 8. zoo bang als —,
3. spot —, 9. zoo dom als —,
4. boeken —, 10. zij stelen als —,
5. zoo moe als —, 11. hij loopt als —,
6. zoo dood als —, 12. hij zwemt als —,
13. hij is zoo dom als —,
O. Vul de volgende zinnen aan :
Wanneer iemand...... zegt men, dat hij de tering naar
de nering zet.
Wanneer men tegen iemand zegt, dat hij een verhaal
uit zijn duim gezogen heeft, dan bedoelt men daarmeê, dat
hij.....
„Gij moet alles zoo niet aan de groote klok hangen P' zeg
ik tot iemand, wanneer hij.....