Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. B. Ons poesje.
Wel poesje! wat is er uw velletje zacht,
Uw pootjes, die lijken flmveel,
Zoo wit is uw neus en zoo bont is uw vacht,
Gij spint er zoo goedig, als ik met u speel,
Zoo aardige poesjes, die zijn er niet veel:
Wat let me, dat ik je 'reis zoen !
Want weet je, mijn dief, ik heb je zoo lief!
Maar krabben, dat moet je niet doen!
a. In welken naamval staan de cursief gedrukte woorden
en waarom?
h. Schrijf het versje over en onderstreep de voornaam-
woorden.
c. Schrijf het versje nog eens over en onderstreep nu de
voegwoorden.
2. Vul de volgende woorden en vergelijkingen aan met
den daarbij gebruikelijken diernaam. De woorden moeten na
die aanvulling namen of scheldnamen van menschen zijn;
bijv. „luistert;mfc"; „hij slaapt als een os".
1. uils......
2. werk.......
3. zonde......
4. zee ........
5. zoo gezond als ,
6. zoo vrij als. . .
7. zoo nijdig als. . .
8. zoo doof als... .
9. zoo vet als.....
] 0. hij schreeuwt als. . .
11. hij werkt als . . .
J2. hij rilde als... .
13. hij is zoo trotsch ['als
3. Vul de volgende zinnen aan:
Wanneer iemand...... zegt men, dat hij zijn schaapjes
op 't droge heeft.
Wanneer men van iemand zegt, dat hij de klok heeft
hooren luiden, maar niet weet, waar de klepel hangt, dan be-
doelt men daarmede, dat hij.....
„Ge moet niet te veel hooi op uw vork nemen!" zeg ik
tot iemand, wanneer hij.....