Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
2. Vertel wat gij weet van Graaf Willem II uf van fitarl-
houder Willem IV.
XXIX. R. K. S. Middelburg.
Aardrijkskunde.
1. Overijsel. Waar is deze provincie laag, waar hoog ? Waar
vruchtbaar, waar minder vruchtbaar? Waar wordt bij voor-
keur landbouw uitgeoefend ? Welke middelen van bestaan
vindt men hier nog meer? Welke handelswegen kent ge in
deze provincie ?
2. Welke rivieren ontspringen op de Alpen ? Zijn het
zijrivieren, zeg dan, tot welke hoofdrivier ze behooren.
Kennis der Natuur.
Opstel over Koolzaad of Rund.
1. Drente. Waar is Drente laag, waar hoog? Wat is het
vruchtbaarste deel dezer provincie ? Welke middelen van
bestaan oefent men er uit? Wat zijn de voornaamste verkeers-
wegen ? (Spoorwegen en kanalen.)
2. Noem in volgorde de rivieren der Duitsche laagvlakte
met haar zijrivieren en voornaamste plaatsen.
XXX. R. K. S. Apeldoorn.
A a r d r ij k s k u n d e.
Aan welke oorzaken schrijft gij het toe, dat het Westen van
Nederland dichter bevolkt is dan het Oosten ?
Geschiedenis.
In 1648 was ons land rijk en bloeiend. Hoe was dat mogelijk
na een tachtigjarigen oorlog met een groot rijk ?
XXXI. Bisschoppelijke kweekschool
's-Hertogenbosch.
A a r d r ij k s k u n d e.
1. Geef op:
a. Welke kanalen in de stad Groningen samenkomen.